Medezeggenschap op school

Schoolbesturen en schooldirecteuren kunnen niet alles op eigen houtje beslissen. De overheid heeft namelijk aan ouders en leraren (en in het voortgezet onderwijs ook aan leerlingen) een recht van inspraak gegeven. Daar waar de schoolleiding van de overheid zelfstandig beslissingen mag nemen, dat wil zeggen zeggenschap heeft, hebben de ouders en de leraren (en leerlingen) medezeggenschap. Natuurlijk kunnen niet alle ouders en leraren tegelijk met de schoolleiding overleggen. Vandaar dat zij door een raad van enkele ouders en leraren (en leerlingen) worden vertegenwoordigd, de zogenaamde medezeggenschapraad (MR). De leden van die MR worden door de ouders en leraren (en leerlingen) van de school gekozen.

Taken en bevoegdheden

De MR heeft een flink aantal taken en bevoegdheden. Die staan omschreven in de Wet medezeggenschap op scholen. Het komt erop neer dat de MR het beleid van het schoolbestuur en van de schooldirecteur positief kritisch volgt en meedenkt bij het oplossen van problemen. Maar er is meer, want voor besluiten over tal van onderwerpen moet de schoolleiding verplicht advies aan de MR vragen. Ook zijn er veel besluiten die de schoolleiding alleen mag nemen als de MR ermee heeft ingestemd. Soms heeft de hele medezeggenschapsraad die instemmingsbevoegdheid, soms hebben alleen de ouders in de MR, of alleen de leraren in de MR de instemmingsbevoegdheid.   

N.B.: In sommige situaties worden de taken en bevoegdheden van de MR uitgeoefend door een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, of kortweg GMR.