Sponsoring in het onderwijs
De NKO vindt sponsoring acceptabel mits aan drie voorwaarden wordt voldaan:
- geen reclame in leer- en lesmateriaal;
- geen beinvloeding van de inhoud en de kwaliteit van het onderwijs;
- de scholen moeten met de financiering door de overheid 100% aan hun wettelijke verplichtingen kunnen voldoen. Sponsorgeld is dus extra geld en niet geld dat in plaats komt van overheidsgeld.
Heel wat scholen kunnen tegenwoordig best wat extra geld gebruiken. Sponsoring door bedrijven is hiertoe een mogelijkheid. Sponsoren is echter niet hetzelfde als doneren.
Bij een donatie krijgt een school geld, goederen of diensten zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat. Sponsoring is iets anders. In geval van sponsoring moet de school wel een tegenprestatie leveren of voelt ze zich verplicht om dat te doen. De ‘plicht’ tot het leveren van een tegenprestatie (bijv. vermelding van de naam van de sponsor) brengt het risico van ongewenste invloed met zich mee. Het is daarom wenselijk om het sponsoren te regelen.
Om sponsoring in het basis- en voortgezet onderwijs in goede banen te leiden, hebben het Ministerie van OCenW, de Consumentenbond, het VNO/NCW en tal van landelijke onderwijsorganisaties -waaronder de NKO- een Convenant Sponsoring getekend. In het Convenant zijn afspraken over sponsoring gemaakt die voldoen aan de voorwaarden die de NKO aan de sponsoring van het basis- en het voorgezet onderwijs stelt (zie boven). Het Convenant is een ‘genteman's agreement’ die voor vijf jaar geldt. Daarna moeten de ondertekenaars met elkaar beoordelen of het Convenant zal worden verlengd. Eén waarschuwing is hier nog op zijn plaats: een Convenant is 'slechts' een afspraak en geen wet. Waakzaamheid blijft dus op zijn plaats.