Brochure omgaan met levensbeschouwelijke vragen van kinderen
De NKO heeft in samenwerking met SOL identiteitsbegeleiders het boek ‘Omgaan met levensbeschouwelijke vragen van kinderen’ ontwikkeld voor ouders met kinderen in de basisschoolleeftijd.
Kinderen kunnen verrassende vragen stellen. ‘Waar komt alles vandaan? Waarom gaan mensen dood? Wat is dood?’ Het zijn vragen die verraden dat kinderen zich verwonderen over het leven. Dit soort vragen kunnen worden gezien als ‘levensbeschouwelijke vragen’. Ouders kunnen zich hierdoor overvallen voelen. In één en hetzelfde moment schieten er veel vragen door uw hoofd. Is nú het moment om hier dieper op in te gaan? Moet ik dit moment aangrijpen om iets mee te geven van ons geloof? En hoe dan?
We willen ouders, die dergelijke vragen van kinderen serieus nemen, enkele suggesties doen aan de hand van zes thema’s:
- Thema 1: Waar komt alles vandaan?
- Thema 2: Wie is er eigenlijk de baas?
- Thema 3: Gaat iedereen dood?
- Thema 4: Wat moet ik kiezen?
- Thema 5: Ben jij ook wel eens bang?
- Thema 6: Wat hoor ik in de stilte?
Deze thema’s komen regelmatig naar voren in de vragen van kinderen. In de uitwerking staan vragen om het gesprek mee te openen, te verbreden en een levensbeschouwelijke verdieping mogelijk te maken. Omdat de thema’s heel verschillend zijn is de opbouw per hoofdstuk steeds anders. De rode draad is dat er handvatten worden aangereikt voor gesprekken met uw kind over ‘de diepere dingen des levens’.
Het boek richt zich in eerste instantie op kinderen in de basisschoolleeftijd. Voor de jongere kinderen hebben we aangepaste verhalen en creatieve verwerkingsmogelijkheden opgenomen, voor de oudere kinderen zijn er vragen opgenomen, die aanleiding kunnen zijn voor meer beschouwende gesprekken. Uiteraard kunnen ouders zelf het beste bepalen op welke manier de handvatten in dit boekje te gebruiken zijn. We wensen u daarbij veel succes en vooral heel veel verrijking. Want dat kunnen die gesprekken opleveren.
U kunt het boekje in zijn geheel of per thema inzien en afdrukken:
Thema 1: Waar komt alles vandaan?
Waar komt alles vandaan? Hoe is de wereld ontstaan? Wie was de allereerste mens? Dit zijn vragen die kinderen soms bezighouden. Jonge kinderen kunnen soms lang doorvragen naar het ‘waarom’. Waar iets vandaan komt, waarom iets is, hoe iets is gemaakt. Daarbij kunnen ze ook associatief verder vragen, bijvoorbeeld tijdens het eten: ‘Waar komt brood eigenlijk vandaan’? U vertelt dat de bakker het heeft gemaakt. En na een aantal vragen komt u uit bij het graan of de tarwe die in de aarde groeit. ‘Hoe groeit die dan’ vraagt het kind. De boer heeft een zaadje in de aarde gestrooid en… ‘Maar waar komt de aarde vandaan’? ‘Wie heeft de wereld gemaakt?’
Thema 2: Wie is er eigenlijk de baas?
Iedereen, jong of oud, heeft in zijn leven met macht te maken. Op het werk, bij de dokter, thuis, op school, in de politiek. Al heel jong proberen kinderen uit wie de baas is: papa en mama of het kind, het vriendje of vriendinnetje, de meester of juf op school...
Macht is op zich een neutraal verschijnsel, maar heeft een negatieve klank, doordat het vaak wordt misbruikt. Dat is te zien in de politiek, in Nederland en in andere landen van de wereld. En in het klein: volwassenen leggen kinderen hun wil op en kinderen kunnen soms op een geraffineerde manier, hun wil doordrijven. Oudere kinderen spelen de baas over jongere kinderen. Wat zijn goede ‘bazen’? Met welke baas heb je liever niet te maken? Als je zelf de baas bent, hoe wil je dan zijn? Als je een ‘slechte’ baas tegenkomt, hoe ga je daar dan mee om? Dit zijn vragen waar kinderen mee bezig kunnen zijn en waar u als ouder met uw kinderen over kunt praten en nadenken.
Thema 3: Gaat iedereen dood?
Een kind wordt op allerlei manieren geconfronteerd met de dood, bijvoorbeeld in een boek of verhaal, op televisie, het jeugdjournaal, of heel dichtbij door het overlijden van een huisdier of familielid. De dood is een onderwerp waar ouders misschien niet zo graag met hun kind over spreken. Toch is het één van de weinige zekerheden in het leven: iedereen gaat dood. Wanneer je meer vertrouwd raakt met de dood, door je bijvoorbeeld te verdiepen in hoe mensen van alle tijden en culturen met de dood omgaan, kun je ook meer waarderen hoe belangrijk het leven eigenlijk is.
Thema 4: Wat moet ik kiezen?
Ook kinderen, hoe onbekommerd hun leven soms ook is, moeten keuzes maken. ‘Wie moet ik uitnodigen voor mijn verjaarsfeestje? Job wil ik eigenlijk niet uitnodigen, maar ja, ik werd wel op zijn feestje uitgenodigd. Wat moet ik doen?’ ‘Ik heb van mijn lego een prachtig kasteel gebouwd en nu wil Stan dat we samen met de lego gaan spelen en alles afbreken. Ik wil mijn kasteel niet afbreken, maar ik wil wel dat hij het leuk heeft, wat moet ik doen?’
Het thema ‘keuzes maken’ kan ineens nadrukkelijk opdoemen. Hierbij denken we niet zozeer aan vragen als ‘wat zal ik vandaag aantrekken?’ of ‘wat zal ik kiezen uit al die lekkernijen?’. Wij willen de aandacht vestigen op momenten, waarbij anderen in het spel zijn. Kinderen willen hun gang gaan en tegelijk moeten (willen) ze daarbij ook rekening houden met anderen en zich dus inhouden.
Thema 5: Ben jij ook wel eens bang?
Iedereen herinnert zich nog wel de angsten die hij of zij als kind had. Angst voor water, voor het donker, voor straf, om alleen te blijven, etc. Biologisch gezien is angst een reactie van ons lichaam op dreigend gevaar. Ons lichaam produceert dan automatisch stoffen om extra energie te geven, zodat we snel weg kunnen rennen, reageren of aanvallen. In de onveilige oertijd gaf dit angstmechanisme ons lichaam de kans bliksemsnel op gevaar te reageren. Ook nu is het voor ons een onmisbaar signaal tegen gevaar.
Het is niet goed om angst weg te praten, als dit al mogelijk is. Angst verdringen kan vervreemding betekenen van een wezenlijke levensfunctie. Angst is een emotie die haar nut heeft in de menselijke ontwikkeling. Zij waarschuwt voor gevaren en maant tot voorzichtigheid. We kunnen kinderen wel helpen grip te krijgen op hun angsten en met hun angsten om te gaan.
Thema 6: Wat hoor ik in de stilte?
Vaak zijn ouders met jonge kinderen zo druk met werk en opvoeding. We jakkeren en jagen, we peinzen over het verleden en we piekeren over de toekomst. Het regelmatig stil en leeg worden van binnen en het bewustzijn van het hier en nu en dat ook ten volle ervaren, vormen het hart van gebed en meditatie in alle religieuze tradities.
Niet alleen maar bezig zijn met de dingen die dagelijks moeten worden gedaan, maar bewust stilstaan bij de dingen kan leiden tot verwondering. Bij verwondering verbazen mensen zich over ervaringen en gebeurtenissen, die eerst vanzelfsprekend waren maar waarvan nu het wonderlijke zichtbaar wordt. Het gaat om geraakt worden, waardoor een positieve relatie ontstaat en de dingen in een ander licht komen te staan. Stil staan bij ervaringen en gebeurtenissen kan leiden tot het stellen van levensvragen die opkomen vanuit de belevingswereld van het kind.