Communiceren met kinderen
"Ba, ba, da, ba, da, da, da."
"Ja, daar is een eendje."
"ta, ta, aaa, teeeee."
"Ja, lief hè."
Volgens het woordenboek betekent communiceren het overbrengen van informatie, een boodschap. Als we echter het woord communicatie ontleden, dan ontdekken we het geheim van communicatie. Communicatie betekent namelijk ‘gemeenschap’. Communicatie is een actie die leidt tot gemeenschap. Een actie om te delen van jezelf met de ander.
Communiceren doen we eigenlijk constant. We zenden altijd wel een boodschap uit, verbaal, maar vooral ook non-verbaal. Communicatie is erg belangrijk in het dagelijkse leven. Je communicatieve vaardigheden zijn dan ook, zowel binnen- als buitenshuis, je meest waardevolle talent. Maar dit maakt niet dat communicatie gemakkelijk is. Hoe kunnen we nou goed met kinderen communiceren zodat we ze ook echt kunnen bereiken?
Iedere ouder heeft een eigen opvoedingsstijl en communiceert op unieke wijze met zijn of haar kind. Maar soms is het niet zo eenvoudig om te praten met je kind. Je vraagt tien keer aan je zoon, die duidelijk overstuur is, wat er aan de hand is. Maar hij zegt steeds dat er niks is….. Of je praat als Brugmans om je dochter ervan te overtuigen dat iets niet mag. Maar zodra je uit het zicht bent verdwenen doet zij het weer…..
Kinderen kunnen hun ouders tot wanhoop drijven en veel grijze haren bezorgen. En alle kinderen doen dat, vroeger of later, ook wel eens.
Maar hier is het goede nieuws; jij als ouder kunt daar iets aan doen. De basis voor de communicatieve vaardigheden wordt namelijk thuis gelegd. Dit wil helaas niet zeggen dat je de manier waarop je kind communiceert volledig kunt beïnvloeden. Je kunt natuurlijk wel het goede voorbeeld geven. Kinderen registreren hoe anderen met elkaar communiceren. Als er veel wordt gescholden en niemand elkaar uit laat praten, dan denken ze dat dit normaal is. Goed communiceren kun je leren. Ouders kunnen dus de communicatiestijl van hun kind een positieve wending geven.
Hoe kun je er nou voor zorgen dat je kind wel naar je luistert? En wat kun je als ouder doen om te voorkomen dat je kind belangrijke dingen voor je achterhoudt?
Tips voor een goed gesprek
- Zorg voor een rustige omgeving. Het is moeilijk om een goed gesprek te hebben met kinderen, die toch al snel afgeleid zijn, als er veel ‘omgevingsruis’ is zoals een televisie of radio die aanstaat.
- Wees geduldig en laat een kind uitpraten, ook al duurt het lang voor een kind uit zijn woorden komt. Een kind dat een grote woordenschat heeft, heeft niet automatisch de juiste woorden paraat om zijn gevoelens uit te drukken of zijn verhaal te vertellen.
- Besef dat een gesprek een tweerichtingsverkeer is. Het gaat er dus niet alleen om dat je kind naar jou luistert, jij moet ook naar het kind luisteren. Toon respect voor het standpunt van je kind en neem je kind serieus.
- Trap niet in de valkuilen van moraliseren, ontkennen en bagatelliseren.
- Let op de lichaamstaal van je kind. Wat kinderen zeggen en uitstralen komt vaak niet overeen. Kinderen zijn nog niet in staat hun onbewuste fysieke reacties te verhullen. Hun lichaamstaal zegt vaak meer dan hun woorden.
- Let op je eigen lichaamstaal. Kinderen letten niet alleen op wat je zegt maar ook op hoe je het zegt en wat je uitstraalt.
- Help je kind te begrijpen waar het gesprek voor bedoeld is. Als volwassene ga je er snel van uit dat een kind wel begrijpt waarom je al die vragen stelt, maar dat hoeft niet zo te zijn. Het kan enorm helpen als je bijvoorbeeld vertelt dat het de bedoeling is om alleen feiten te vertellen en geen fantasie. En als je het kind om zijn mening vraagt, vertel er dan bij dat het antwoord niet goed of fout is.
- Houd rekening met het verschil in lengte tussen jou en je kind. Als je wilt dat een kind luistert, kun je beter zelf staan. Maar als je wilt dat een kind jou iets vertelt, kun je beter gaan zitten: op gelijke ooghoogte of zelfs lager.
- De intensiteit van een gesprek over een belangrijk onderwerp is voor een kind vaak onaangenaam. Wees erop bedacht dat je kind er juist voor kiest om iets belangrijks te vertellen als jij eigenlijk ergens anders mee bezig bent, bijvoorbeeld autorijden of afwassen. Voor het kind is dat een prettige situatie omdat de volwassene dan niet zo intens op hem is gericht.
- De manier waarop je een vraag stelt aan een kind, kan veel uitmaken voor het slagen van het gesprek. In de meeste gevallen moet je proberen zo min mogelijk vragen te stellen waarop alleen maar 'ja' of 'nee', of 'leuk' of 'stom' geantwoord kan worden. Dus niet: 'was het leuk op school?', of 'hoe was het op school', maar bijvoorbeeld: 'vertel eens wat je gedaan hebt met gymnastiek?'
- Maak het gesprek niet te lang. De meeste kinderen kunnen zich niet lang achter elkaar concentreren op een gesprek.
- Besteed ook aandacht aan de afronding van het gesprek. Het gesprek kan een bepaalde spanning oproepen en die moet ook weer worden afgebouwd. Kinderen kunnen spanning afreageren door beweging.
- Blijf bescheiden. Wanneer een kind niet wil praten, respecteer dat dan. Maar wees ook aandachtig als een kind wel wil praten.