Kinderopvangers te vaak ‘alleen op groep’
De helft van de pedagogisch medewerkers staat nog steeds te vaak 'alleen op de groep'. Dat blijkt uit een enquête van Abvakabo FNV gehouden onder medewerkers werkzaam in de kinderopvang. De enquête is in november gehouden en vergeleken met eenzelfde enquête gehouden in 2009 en 2010.
De belangrijkste conclusies op een rij:
- 51 % van de respondenten geeft aan nog regelmatig alleen op een groep te staan met meer dan het aantal toegestane kinderen. In 2009 was dit 58 %. In 2010 was dit 56 %.
- In de zogenaamde ‘verboden uren’ -tussen half tien en half één ’s ochtends en tussen drie uur en half vijf ’s middags- staat 24% van de pedagogisch medewerkers soms alleen op de groep in de ochtend. Dit was in 2010: 44 % en in 2009: 53 %. Voor de middaguren is dit percentage 22%. Dit was in 2010: 51%, in 2009: 53%.
- De tijd dat pedagogisch medewerkers gemiddeld alleen op een groep staan met meer dan het aantal toegestane kinderen is, te opzichte van vorige jaren, weinig verschillend. Het meest gegeven antwoord: 1 uur tot 2 uur. Net als in 2010 zijn er ook (enkele) medewerkers die langer dan 4 uur of meer alleen staan op een te grote groep.
- Een betere screening van medewerkers en meer personeel is volgens de respondenten nodig om de kwaliteit te verbeteren en de veiligheid van kinderen te waarborgen.
Dit jaar heeft Abvakabo FNV ook gevraagd naar de grootte van de groepen, omdat de bond steeds vaker signalen ontvangt over structureel te veel kinderen. Hoewel 81% van de respondenten aangeeft dat de maximale groepsgrootte in orde is, zegt 14% dat die regelmatig wordt overschreden.
Afspraak is afspraak
Abvakabo FNV roept de branche op om serieuzer werk te maken van kwaliteit. Dat betekent ondermeer het inzetten van voldoende pedagogisch medewerkers. Het zou goed zijn als ook de oudercommissies verbonden aan de kinderopvangorganisaties dit zouden eisen, vindt de bond. De Brancheorganisatie heeft daarnaast een grote verantwoordelijkheid om kinderopvangorganisaties aan het convenant te houden. Als zij in de statuten zetten dat leden zich moeten houden aan het Convenant kwaliteit kinderopvang, dan moeten ze de leden die deze afspraken niet naleven royeren, vindt de Abvakabo FNV.
Medezeggenschapsraad
De buitenschoolse opvang valt onder de Wet kinderopvang. Meestal wordt de buitenschoolse opvang in het basisonderwijs dan ook verzorgd door een kinderopvangorganisatie. Op basis van zijn algemene bevoegdheid (zie art. 6, lid 1 en 2 van de Wet medezeggenschap op scholen) zou de medezeggenschapsraad (MR) bij het bevoegd gezag kunnen informeren naar het functioneren van de buitenschoolse opvang.
Uit de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) blijkt namelijk dat de buitenschoolse opvang een aangelegenheid is die de MR in het bijzonder aangaat. Want volgens artikel 11, onder d van de WMS heeft de medezeggenschapsraad een adviesbevoegdheid met betrekking tot het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling. Daartoe behoort ook de organisatie voor de kinderopvang. Verder heeft de MR volgens artikel 11 onder p van de WMS een adviesbevoegdheid met betrekking tot de vaststelling of wijziging van de wijze waarop de buitenschoolse opvang wordt georganiseerd. MR-leden hebben dus reden genoeg om naar de actuele stand van zaken te vragen.
Bron: Abvakabo FNV
Door: n.foppen@nko.nl

