Rekenprestaties VO-leerlingen stemmen (nog) niet vrolijk
Onderzoek naar de rekenprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs laat zien dat zij (nog) lang niet op het vereiste niveau zitten. Met de invoering van de rekentoets bij het centraal examen in het verschiet is dat een zorgelijke constatering.
Realistische zorgen
Beantwoorden docenten die zich zorgen maken een vragenlijst eerder dan docenten die zich geen zorgen maken? Die vraag dient zich aan als we de resultaten van een onderzoek van de educatieve uitgeverij Thieme/Meulenhoff bekijken naar rekenen in het voortgezet onderwijs. 2000 rekencoördinatoren en docenten wiskunde in VMBO en HAVO hebben een vragenlijst ontvangen. Nog geen 8 procent reageerde. Desalniettemin zijn hun zorgen om het rekenniveau van hun leerlingen realistisch te noemen. Een ruime meerderheid (96%) maakt zich ernstig zorgen over het rekenniveau van hun VMBO-leerlingen. Voor HAVO-leerlingen is dat 82% en voor VWO-leerlingen 42%.
Meting
Uit de meting van de rekenprestaties van VMBO- en HAVO-leerlingen door Cito blijkt dat een meerderheid het referentieniveau (2F eind VMBO en 3F voor HAVO/VWO) bij lange na niet haalt. In het schooljaar 2013-2014 wordt de rekentoets ingevoerd. Leerlingen moeten dan tenminste het cijfer 5 halen. In het schooljaar 2015-2016 wordt de rekentoets onderdeel van het centraal examen. Dan geldt: niet meer dan één vijf voor Nederlands, wiskunde, Engels en de rekentoets. Dit is voor het VMBO nog niet zeker, omdat de minister een weloverwogen beslissing hierover wil nemen op basis van onderzoek naar de haalbaarheid.
Hoopgevend is dat Cito in het Periodieke Peilingsonderzoek heeft geconstateerd dat leerlingen van groep 5 beter rekenen dan in 2003. Maar dat er voor de scholen in basis- en voortgezet onderwijs werk aan de winkel is, zal duidelijk zijn.
Door: NKO / a.vanrooijen@nko.nl



