Onderwijsraad: stel invoering Passend Onderwijs uit
Stel de invoering van Passend Onderwijs tenminste uit tot 1 augustus 2014. Dat adviseert de Onderwijsraad aan minister Van Bijsterveldt. De leraren zijn onvoldoende voorbereid en geschoold en de positie van ouders moet verder worden versterkt. Ook de journalistieke verkenning ‘Over de grenzen van de leerkracht’ bevestigt deze conclusies.
Veel nog onduidelijk
Minister Van Bijsterveldt is van plan per 1 augustus 2012 Passend Onderwijs geleidelijk in te voeren. Dat is het gevolg van het landelijke lerarenprotest begin 2011 in Nieuwegein, waarbij ook de NKO prominent aanwezig was en het woord heeft gevoerd. De Onderwijsraad vindt de geleidelijke invoering, die de minister wil, te snel gaan. Er is nog grote onduidelijkheid over het zorgprofiel dat scholen kunnen kiezen. Ook is de deskundigheid van de leraren niet op peil en is er grote onduidelijkheid over de samenwerkingsverbanden.
Positie ouders
De Onderwijsraad vindt het ook nodig dat de positie van de ouders wordt versterkt. Daarbij gaat het om de volgende aspecten:
- Ook bij een tijdelijke plaatsing op een school, in afwachting van een toelatingsbeslissing, hebben kinderen goed zorg nodig;
- De beslistermijn voor toelating moet beperkt blijven tot uiterlijk tien weken;
- Bij overstap van de ene naar de andere school moet er een op elkaar aansluitende zorgplicht zijn;
- De medezeggenschap moet geregeld worden op het niveau van het samenwerkingsverband (dat bepleit de NKO ook).
Verkenning onderwijsveld
De Evaluatie- en Adviescommissie Passend Onderwijs (ECPO) heeft, als voorbereiding op een nog te verschijnen advies, het rapport ‘Over de grenzen van de leerkracht’ uitgebracht. Aan het onderzoek namen 7 basisscholen, 6 scholen voor voortgezet onderwijs en 4 scholen voor speciaal onderwijs deel. Het is dan ook geen wetenschappelijk onderzoek, maar een journalistieke verkenning van het onderwijsveld. De belangrijkste bevindingen zijn:
- Voor zowel leraren basisonderwijs als hun directeuren is de (toekomstige) vormgeving van Passend Onderwijs nog in een dikke mist gehuld. Dat geldt eveneens voor het zorgprofiel.
- Leraren basisonderwijs ervaren de huidige lespraktijk als de grens van wat er kan. Factoren die deze grens kunnen verleggen zijn onder meer kleinere klassen, een beperkt aantal zorgleerlingen in een klas, goede ondersteuning en scholing en voorbeelden van alternatieven.
- Leraren voortgezet onderwijs zijn globaal op de hoogte van Passend Onderwijs en vinden dat zij nu al maatwerk leveren. Wel erkennen ze vaardigheden te missen, maar ze vinden ook klassenverkleining een belangrijke voorwaarde voor invoering.
- Directeuren voortgezet onderwijs zijn goed op de hoogte van de plannen voor Passend Onderwijs. Zij vinden dat hun leraren bijgeschoold moeten worden en zijn kritisch over de verschillen die kunnen ontstaan in het regionale zorgaanbod. Ouders zullen dat ervaren als rechtsongelijkheid.
- Leraren basis- en voortgezet onderwijs hebben moeite de omslag in het onderwijsbeleid te volgen. Zij ervaren een toenemende prestatiedruk vanwege de verantwoordingsplicht aan de inspectie en aan individuele ouders.
Acceptabele koers
Het wetsvoorstel ligt nu bij de Raad van State, die er een advies over zal uitbrengen. Het is niet bekend welke kanttekeningen, die de Onderwijsraad plaatst, al zijn opgenomen in het wetsvoorstel. Zo staat de minister bijvoorbeeld positief tegenover de medezeggenschap van ouders op het niveau van het samenwerkingsverband. Mogelijk is dit al in het wetsvoorstel geregeld.
Zorg blijft wel bestaan over het draagvlak onder en de deskundigheid van de leraren. Volgens de Onderwijsraad staat of valt het succes van Passend Onderwijs met de deskundigheid van de leraren en de kwaliteit van het zorgaanbod in de scholen. De journalistieke verkenning laat, hoe beperkt van omvang dan ook, in dat opzicht weinig positieve geluiden uit het veld opklinken. Er lijkt nog veel werk aan de winkel om het draagvlak onder leraren en hun directeuren (basisonderwijs) te vergroten. Vanuit dat perspectief bezien, is het geadviseerde uitstel van de Onderwijsraad begrijpelijk. De NKO vindt dat de minister nu aan zet is. Het is aan haar om al deze signalen op hun waarde te schatten en op basis daarvan een voor het onderwijsveld acceptabele koers uit te zetten.
Bent u het eens met de Onderwijsraad? Geef uw mening.
Door: NKO/ a.vanrooijen@nko.nl

